Van welke medetoerist heb je op vakantie het meest last en waarom zijn het Brabanders?
We kennen allemaal de klassieke irritaties op vakantie: de Duitsers die om 06:00 uur ’s ochtends handdoeken leggen op de beste ligbedjes, de Engelsen die zich vanaf het ontbijt klem drinken aan lauwe cider, en Fransen die geen woord Engels willen spreken omdat ze je liever in het onneembare Frans laten verdrinken.
Maar ergens diep vanbinnen weten we allemaal beter. De echte koningen van de vakantietoerisme-ergernis komen toch echt uit het land onder de rivieren.
Is het het feit dat je op vijftienhonderd meter hoogte in de Dolomieten nog steeds wordt aangesproken met *"Héj jonge, houdoe en bedankt!"*? Is het de onuitputtelijke drang om op elke camping een geïmproviseerde feesttent te bouwen met gekleurde lampjes en een JBL-box die dag en nacht op ‘Brabants Carnavalsfeest Deel 42’ staat? Of is het de onverbiddelijke gezelligheidterreur waarbij je simpelweg géén keuze hebt; je *gaat* en *zult* meedoen met de barbecue, of je dat nu wilt of niet?
Wat is er mis met deze mensen op vakantie?