Uitspraak van "blauw"
Hoi allemaal,
Ik ben in Duitsland opgegroeid, maar heb nederlands als moedertaal. Vrijwel mijn hele vaardigheid in de taal hangt dus compleet van het taalgebruik van mijn ouders af.
Als ik het woord "blauw" zeg, zeg ik zelf wat ik het beste kan omschrijven als "blaauw". Als ik echter andere nederlanders expliciet vraag hoe je het moet zeggen, komt het veel dichter bij het duitse "blau" (korte au, ipv mijn lange)
Het zelfde met "flauw". Ik dacht echt altijd al dat men zegt: "Ik val flaauw"!
Ik vraag me ook af of dit wel uit maakt. Niemand heeft ooit gemerkt dat ik het zo zeg, tenzij ik er expliciet op wijs. Misschien is het net zoiets als mensen die "moeilijk" als "moelek" uitspreken, prima, ergert niemand zich aan. Toch?
Edit: mijn ouders komen uit de achterhoek. Misschien heeft het daarmee te maken? Ze praten plat met elkaar, maar hebben altijd ABN met mij en mijn broers gepraat.