
Hoe op Urk één Marokkaans-Nederlands gezin werd opgeofferd om de rust te bewaren. ‘We zijn kapotgemaakt’
Weinig dorpen zijn zo pro-Israël als Urk. Als er in oktober 2023 een tiental Israëlische vlaggen van de huizen worden gerukt en verbrand, vrezen de burgemeester en de politie rellen in het vissersdorp.
Ze gaan snel over tot het arresteren van de 14-jarige Marokkaanse Urker Zaki. Té snel, blijkt achteraf. Hij is onschuldig. Maar de schade is dan al berokkend. ‘Mijn zoon moest op de achterbank liggen om ongezien het dorp uit te komen.’
Het is 13 oktober 2023, 48 uur nadat op Urk Israëlische vlaggen in brand zijn gestoken. De vader van Zaki - Achmed* (46) - schrikt op van de deurbel die aanhoudend wordt ingedrukt. Hij werpt een blik op de klok en ziet dat het precies zes uur ’s ochtends is.
ijn drie kinderen, vrouw en 83-jarige moeder zijn ook wakker geworden van het lawaai. ‘We keken uit het raam en zagen twee politiemannen staan. ‘’Politie! Doe open’’, zeiden ze. Ze hadden een arrestatiebevel voor Zaki vanwege de vlaggenverbranding. Ik wist dat mijn zoon daar niet bij was. Ik kijk ‘s avonds altijd of mijn kinderen liggen te slapen en Zaki sliep. Dit zei ik tegen de agenten.’
De agenten hebben geen boodschap aan die mededeling. Ze vinden snel hun weg naar de slaapkamer van Zaki. Of hij nog meer mobiele telefoons heeft. ‘Natuurlijk heeft hij die niet, het is een jongen van veertien’, zegt Achmed bijna twee jaar later op een geheime locatie. Hij vindt de hele vertoning achteraf bespottelijk. ‘Alsof ze een levensgevaarlijke crimineel kwamen arresteren. De politie had me kunnen bellen. Ik had mijn zoon meteen naar het bureau gebracht.’