De 20% hoogste inkomens krijgen 50% van de hypotheekrenteaftrek. Is dat gewenst?
Als je de hypotheekrenteaftrek van een huishouden hebt verminderd met het eigenwoningforfait, dan krijg je het belastingeffect voor een eigen woning per huishouden. Als je vervolgens alle 8,4 miljoen huishoudens rangschikt naar inkomen en opdeelt in vijf gelijke stukken (kwintielen) krijg je deze verdeling voor 2024:
1e kwintiel: 30 miljoen euro (1%) 2e kwintiel: 294 miljoen euro (5%) 3e kwintiel: 846 miljoen euro (14%) 4e kwintiel: 1.775 miljoen euro (30%) 5e kwintiel: 3.002 miljoen euro (50%)
(Bron: zie vraag 87 van deze antwoorden aan de Tweede Kamer).
Dus de huishoudens met het laagste inkomen krijgen nauwelijks hypotheekrenteaftrek, maar de 20% huishoudens met het hoogste inkomen krijgen 50% van alle hypotheekrenteaftrek (circa 3 miljard).
Nou is het uiteraard logisch dat er een verdeling zoals dit is, want de huishoudens met een laag inkomen hebben veel minder vaak een eigen woning dan huishoudens met een hoog inkomen, maar de verdeling is dus niet lineair. Met andere woorden: huishoudens met een inkomen van € 75k of meer krijgen disproportioneel veel hypotheekrenteaftrek. Daar staat uiteraard tegenover dat die groep ook veel belasting betaalt.
(Bron voor inkomens per kwintiel: zie tabel pagina 85 van dit onderzoek).
De vraag: is dit eerlijk? Willen we de hypotheekrenteaftrek behouden omdat de rijkste mensen dan een belastingvoordeel hebben, terwijl de armste huishoudens moeten huren en nooit de overwaarde van een woning kunnen opstrijken?