De woningcrisis is geen ongeluk, maar een bewuste keuze
We horen al jaren dat er een woningcrisis is en dat er meer gebouwd moet worden. Toch verandert er opvallend weinig. Dat roept een vraag op: is er eigenlijk wel genoeg maatschappelijke en politieke urgentie om het probleem echt op te lossen?
Rond de 60% van de mensen bezit een koopwoning. Voor veel huiseigenaren heeft een stijgende woningmarkt gezorgd voor meer vermogensgroei. Dat is op zichzelf logisch: mensen kopen vaak een huis als plek om te wonen, maar hopen natuurlijk ook dat hun investering zijn waarde behoudt of zelfs groeit. Daardoor worden stijgende huizenprijzen niet door iedereen op dezelfde manier ervaren.
Misschien zit daar ook een deel van de verklaring waarom de urgentie anders wordt gevoeld. De mensen die het hardst geraakt worden - starters, jongeren en mensen zonder ouders die financieel kunnen helpen - hebben vaak de grootste moeite om de woningmarkt binnen te komen. Voor mensen die al een woning hebben, speelt dat probleem meestal minder direct in het dagelijks leven.
Er wordt vaak gezegd dat de oplossing simpel is: meer bouwen. Maar als er echt maximale urgentie was, zouden we dan niet veel radicalere maatregelen zien? Na de Tweede Wereldoorlog werd op grote schaal goedkoop gebouwd om woningtekorten aan te pakken. Later verschoof de focus steeds meer richting het stimuleren van woningbezit. Door maatregelen zoals HRA, gunstige financieringsmogelijkheden en andere financiële regelingen werd het kopen van een woning aantrekkelijk gemaakt. Dat hielp veel mensen aan een huis, maar zorgde er ook voor dat meer geld de woningmarkt in ging.
Daarnaast zijn er ook partijen die baat hebben bij stijgende huizenprijzen. Huizeneigenaren zien hun vermogen toenemen, banken verstrekken grotere hypotheken, beleggers profiteren van stijgende vastgoedwaarden en hoge huren, en ook overheden en gemeenten hebben financiële belangen rond grond, belastingen en vastgoedontwikkeling. Dat betekent niet automatisch dat iemand bewust een woningcrisis wil, maar wel dat veel verschillende partijen niet direct nadeel ondervinden van hoge woningprijzen.
Door de jaren heen is wonen steeds meer veranderd van een basisbehoefte naar een investering. Huizen zijn voor veel mensen niet alleen meer een plek om te wonen, maar ook een manier geworden om te speculeren.